Scheur af het feestgewaad
En laat de resten
Dwarrelen als
Bladeren.
Buig het hoofd
Voor de kroon van roest.
Vier het verval
Het vlammend sterven
Van de zomer.
~
Weet je nog hoe we door het hoge gras liepen, scherp en bruin, onwillig knakkend onder onze schoenen, de stok waaraan de veer en het rafelige touwtje waren geknoopt. Wijd was de wereld en de weg lag achter ons, het hek dat verzakte in de donkere modder. Koper was de zon en oneindig onze voetstappen, de echo van onze stemmen. De vochtige grond en de kruipende algen in de sloot, alles was alleen voor ons, het trillen van de lucht en de gesponnen wolken. Luchtkastelen en droomwerelden, nu vervaagd in de wind, toen krachtig als onze lach.
Die is mooi